Als iedereen om je heen over Florence of Rome begint, knik je beleefd mee. Maar de Italianen weten het allang: de meest bijzondere stad van het land staat in Emilia-Romagna. Bologna eet beter, loopt droger en kost minder. Dat het buiten Italië zo weinig bekend is, maakt het alleen maar aantrekkelijker.
Veertig kilometer overdekt: de portico's van Bologna
Het eerste wat je opvalt zodra je uit het station stapt, zijn de portico's: overdekte zuilengalerijen die vrijwel de hele binnenstad verbinden. In totaal gaat het om ruim veertig kilometer aan overdekte wandelpaden. In 2021 schreef UNESCO ze op de Werelderfgoedlijst als uitzonderlijk voorbeeld van middeleeuwse stedenbouw. Praktisch voordeel: bij regen of zon loop je altijd droog van café naar museum.
De meest indrukwekkende is de Portico di San Luca: 3,8 kilometer lang, met 666 bogen, van het stadscentrum naar de Basilica di San Luca op de heuvel boven de stad. Die wandeling omhoog duurt ruim een uur maar levert een van de mooiste panorama's over Bologna op. Plan hem vroeg in de ochtend om de warmte voor te zijn.
La Grassa: de culinaire hoofdstad van Italië
Bologna draagt de bijnaam La Grassa, de vette. Dat klinkt als een belediging maar is een eretitel. De stad is het epicentrum van de Italiaanse keuken: spaghetti bolognese stamt van hier, en de originele versie smaakt totaal anders dan wat de wereld er van heeft gemaakt. In Bologna heet het gerecht ragù alla bolognese, wordt het op tagliatelle geserveerd en bevat het vrijwel geen tomaten.
Op de Quadrilatero-markt, een blok achter de Piazza Maggiore, liggen kraampjes met mortadella, Parmigiano-Reggiano en vers gemaakte tortellini. Koop een zakje pasta als souvenir en eet de rest ter plekke op. Zorg dat je minstens één keer aanschuift bij een lokale enoteca met een glas Sangiovese en een bordje gemengde vleeswaren. Dat kost je misschien acht euro en je vergeet het niet meer.
De skyline die mensen vergeten
Bologna had in de middeleeuwen meer torens dan San Gimignano. De rijkste families bouwden torens als statussymbool, en van de honderden die er ooit stonden zijn er twintig over. De bekendste zijn de Asinelli en de Garisenda, samen de Due Torri. De Asinelli is 97 meter hoog en bereikbaar via 498 treden. Het uitzicht over de rode daken van de stad is het zweet meer dan waard.
Twee minuten lopen verderop ligt de Piazza Maggiore, het hart van de stad. De Basilica di San Petronio domineert het plein - een van de grootste kerken van Europa, maar opvallend onaf. De voorgevel is nooit voltooid: een deel staat nog in ruw steen. Italianen noemen dat incompiuto, en hier is het bijna een stijlkeuze geworden.
Wanneer gaan en hoe kom je er
Mei, september en oktober zijn de beste maanden voor een bezoek. De zomer is heet en druk; de winter koud en grijs. In het voor- en najaar is de stad op haar mooist. Transavia en Ryanair vliegen rechtstreeks vanuit Amsterdam en Eindhoven naar Bologna Guglielmo Marconi Airport. De vlucht duurt iets minder dan twee uur en tickets zijn al voor weinig te vinden als je vroeg boekt.
Vanuit het vliegveld staat de binnenstad twintig minuten verderop, via een directe bus of de People Mover-monorail naar het centraal station. Drie volle dagen zijn genoeg voor een eerste kennismaking, maar een vierde dag laat ruimte voor een dagtrip naar Modena (twintig minuten per trein) of Ferrara. Overnachten doe je bij voorkeur vlakbij de Due Torri - dan loop je overal naartoe.
Bologna vergeleken met de bekendere alternatieven
Florence heeft de Uffizi en de Duomo. Rome heeft het Colosseum. Bologna heeft minder beroemde bezienswaardigheden maar ook minder toeristen, lagere hotelprijzen en waarschijnlijk de beste restaurantdichtheid per vierkante meter van Italië. Reizigers die eerder kozen voor Tbilisi als budgetbestemming of Valencia als alternatief voor Barcelona herkennen het principe: de minder bekende stad scoort op sfeer en prijs waar de beroemde naam op naamsbekendheid wint.
Daarin zit het geheim van Bologna. Het is niet onbekend - de Italianen kennen het en koesteren het. Maar de internationale toeristenstroom heeft de stad nog niet op dezelfde manier overspoeld als Rome, Florence en Venetië. Dat is nu nog zo. Of dat zo blijft, is een andere vraag.
Een stad die je terug wil zien
Veel reizigers komen voor een lang weekend en vertrekken met de overtuiging dat ze moeten terugkomen. Niet omdat ze iets gemist hebben, maar omdat de stad zo aangenaam was dat ze er langer hadden willen blijven. Dat is Bologna's sterkste argument. Madrid scoort hoger op historische monumenten, maar Bologna is de stad waar je zonder plan door de arcades wandelt, toevallig binnenloopt bij een kleine osteria en twee uur later nog zit.
Er zijn bestemmingen die je afvinkt, en bestemmingen die je bijblijven. Bologna hoort bij het tweede type.