Terwijl toeristen in Rome voor het Colosseum in de rij staan, sluipt drie uur verderop een wolf tussen de beukenbomen. Niemand in het bergdorpje Pescasseroli kijkt daarvan op. In het Abruzzo National Park, nog geen twee uur rijden van de Adriatische kust, leeft de dichtste populatie wilde wolven en beren van heel West-Europa. Toch staat het gebied bij vrijwel geen enkele Nederlandse reiziger op de kaart.
Waar de wolf terugkwam van de rand van uitsterven
In de jaren zeventig telde Italië minder dan honderd wolven. Ze overleefden alleen in de dichte bossen en smalle bergvalleien van het Nationaal Park Abruzzen, Lazio en Molise, opgericht in 1922 als een van de eerste natuurreservaten van Europa. Vanuit dat laatste bolwerk trokken wolven de decennia daarna langzaam terug het Italiaanse platteland in. Landelijk telt Italië nu zo'n 3.300 wolven, maar de Abruzzen gelden nog steeds als het kloppend hart van die opmars. Wandel je hier vroeg in de ochtend over een van de bergpaden, dan vind je met wat geluk pootafdrukken in de modder voordat je een ander mens tegenkomt.
De beer die nergens anders ter wereld voorkomt
Wat het park nog bijzonderder maakt, is een dier dat je hier en nergens anders op aarde ziet: de Marsicaanse bruine beer. Deze ondersoort raakte zo'n 4.600 jaar geleden genetisch afgesneden van andere Europese berenpopulaties en telt nu naar schatting tussen de zestig en tachtig exemplaren, allemaal binnen een straal van enkele tientallen kilometers rond het park. Ter vergelijking: heel Zweden, een land vijftien keer zo groot, telt duizenden bruine beren. De Marsicaanse beer is dus zeldzamer dan de meeste mensen beseffen, en precies daarom voelt elke ontmoeting hier bijzonder.
De dorpen rond het park hebben zich langzaam aangepast aan hun beroemde buren. In Pettorano sul Gizio, een van de kleinere gemeenschappen, bouwden boeren elektrische afrasteringen om hun akkers om schade door beren te voorkomen. Het werkte: de schade daalde met bijna honderd procent. Waar beren twintig jaar geleden nog als bedreiging golden, zijn ze nu het symbool van de streek geworden.
Zo spot je wilde dieren zonder ze te verstoren
Zelf op zoek naar wolven en beren gaan is geen kwestie van een dagje wandelen en duimen. De beste kans maak je met een lokale gids die de looproutes en dagritmes van de dieren kent. Vanuit bezoekerscentra in Pescasseroli en Civitella Alfedena vertrekken begeleide tochten in de vroege ochtend en late avond, precies de uren waarop beren en wolven het actiefst zijn. Bij het natuurgebied van Terraegna kun je beren zelfs vanaf een veilige afstand in een half-wilde omgeving observeren.
Praktisch is het verrassend toegankelijk: vanaf Rome Fiumicino sta je binnen twee uur rijden midden in het park. Pescasseroli is de meest logische uitvalsbasis, met genoeg agriturismo's en kleine hotels om een paar dagen te blijven hangen. De mooiste periodes zijn eind mei, wanneer berenwelpen voor het eerst met hun moeder buiten komen, en september, als de nachten afkoelen en de wolven vaker gaan roepen.
Hou je van avontuur zonder gids, dan geldt hier hetzelfde als bij wildkamperen in Scandinavië: respect voor de natuur staat voorop. Blijf op de paden, laat geen eten achter en houd flinke afstand. Wie liever een minder bekende bestemming zoekt met diezelfde ongerepte sfeer, vindt die ook op de Azoren, waar walvissen de hoofdrol spelen in plaats van beren.
Waarom deze wildernis nog altijd op het randje balanceert
Het herstel van wolf en beer in de Abruzzen is geen afgerond succesverhaal. In april 2026 vonden parkrangers achttien dode wolven, vermoedelijk vergiftigd met gif dat voor vee bedoeld was, meldde de Ierse publieke omroep RTE. Ook een vos en een buizerd kwamen om. Natuurorganisaties noemden het een van de zwaarste aanslagen op wilde dieren in Italië van de afgelopen jaren en vreesden dat hetzelfde gif ook de kwetsbare berenpopulatie kon raken. Minister van Milieu Gilberto Pichetto Fratin noemde de vergiftiging "afschuwelijk" en gaf opdracht tot verscherpte controles.
De vergiftiging legt bloot hoe dun de marge is waarop deze dieren nog overleven. Buiten de grenzen van het park lopen wolven en beren nog steeds risico op stroperij, gif en verkeersongelukken. Binnen het park zelf zijn ze relatief veilig, maar het gebied is klein en de populaties blijven genetisch kwetsbaar.
Dit bepaalt of je hier over tien jaar nog een wolf tegenkomt
Toerisme is inmiddels een van de grootste bondgenoten van het park geworden. Geld van begeleide tochten en bezoekerscentra vloeit terug naar de bewaking van wildcorridors en naar boeren die hun vee beter beschermen, zoals in Pettorano sul Gizio. Elke bezoeker die kiest voor een erkende lokale gids in plaats van op eigen houtje het bos in te trekken, draagt daaraan bij. Ga buiten het hoogseizoen, in mei of september bijvoorbeeld, en je deelt de bergpaden soms de hele dag met niemand anders dan de dieren zelf. Dat is precies waarom dit stuk Italië de moeite waard blijft: niet ondanks de kwetsbaarheid van de wolven en beren, maar juist dankzij het besef dat jouw bezoek onderdeel is van hun overleving.